DOORPRIKT: To pit or not to pit

DOORPRIKT: To pit or not to pit

The Pit dus, da’s de nieuwe naam voor de mijnsite. Hij werd donderdag voorgesteld in aanwezigheid van veel  ‘stakeholders’ – we moeten Engelse termen gebruiken eh – pittige drankjes en dito hapjes, de obligate koolputters – of zijn dat nu coalpitters – lichtjes, helmpjes en veel rook. Witte rook voor de nieuwe naam of een mistgordijn over hoe die tot stand gekomen is? 

In ieder geval, de nieuwe naam stond amper online of de social media werden al overspoeld door verontwaardigde reacties. Dat er voor een Engelse naam werd gekozen, gaat er bij veel criticasters niet in. Nadat destijds al een felle – slechts deels gelukte – campagne werd gevoerd om het Franse jargon uit het mijnwezen te verdrijven, neemt nu dus het Engels de bovenhand.  Het Zolderse mijnterrein sluit daarmee aan in het rijtje want eerder gebeurde hetzelfde in Eisden (Maasmechelen Village), Winterslag (C-Mine), Beringen (be-Mine), Houthalen (Greenville), … Zelfs de N-VA in de meerderheid kan  hier de ontvlaamsing niet voorkomen.

Een Engelse naam moet de site als event- of congreslocatie ook uitstraling geven over de taal- en landsgrenzen. Daar valt wat voor te zeggen. We zijn immers  Flanders Heritage Venue, nog zo’n naam waar de man en vrouw in de straat geen weg mee weten. De link die wordt gelegd tussen mijnverleden (pit), sport (pitlane) en cultuur (orchestra pit) kan zeker verdedigd worden. We zijn een gemeente met veel troeven en die worden alleen maar krachtiger als je ze met elkaar verbindt.

Maar nog meer dan door de Engelstalige naam op zich, wordt het ongenoegen gevoed door een gebrek aan betrokkenheid. Inwoners worden wel opgeroepen om te stemmen voor Wandelgemeente, Fietsgemeente, … maar als het om de mijnsite gaat, die al generaties vervlochten zit in het DNA van de bevolking, dan wordt het plots geopenbaard vanuit besloten zelfverklaarde creatieve cenakels. De gemeente heeft hier een mooie kans laten liggen om gebruik te maken van het grootste, gratis marketingbureau: de eigen bevolking. Het is zelfs niet uitgesloten dat na zo’n raadpleging The Pit ook als naam uit de bus was gekomen, maar dan was er tenminste een draagvlak gecreëerd.

The Pit moet ook breder bekeken worden dan de unieke infrastructuur die nu het Marktplein omsluit met een ongeëvenaard aanbod voor evenementen, horeca, cultuur, onderwijs, sociale ontmoeting en arbeidsmarktkansen. Daar komt over afzienbare tijd de schachtbok bij als parel aan de mijnerfgoedkroon. Maar heeft iemand een idee wat er gebeurd in de enkele tientallen bedrijven die zich daar in de loop der jaren gevestigd hebben? De nieuwe economie die ontstaan is op het puin van de oude? Neen dus, terwijl daar zeer creatieve ondernemers aan de slag zijn met cliënteel over de halve wereld,  die geen Engelse naam nodig hadden om zich internationaal in de markt te zetten. Wel daadkracht, innovatie en ondernemerschap. Het is hoog tijd dat die bedrijven betrokken worden in het concept ‘The Pit’. Bedrijven hebben personeel nodig, bieden stageplaatsen, maken nieuwe producten om te presenteren, … kortom, ze vormen de perfecte synergie met CVO De Verdieping, met de VDAB die er een zetel krijgt, de sociale economie, met de eventlocaties, … Stimuleer die samenwerkingen zonder bureaucratische regeltjes, dan krijg je een site waar pit in zit. Anders dreigt The Pit te verzinken in zijn eigen werkwoord: pitten staat immers voor slapen, indommelen. (Dirk Reynders)88991